WPM en CO2-rapportageverplichting
Wat moet je als werkgever regelen?
Sinds 1 juli 2024 geldt in Nederland de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit, kortweg WPM. Dit artikel legt uit wat het inhoudt, voor wie het geldt en wat daar op dit moment in verandert.
Door Marvin Pupping, oprichter van Slinger
Sinds 1 juli 2024 geldt in Nederland de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit, kortweg WPM. Het idee erachter is eenvoudig: bijna de helft van de CO2-uitstoot door personenvervoer komt van woon-werkverkeer en zakelijke ritten. Door werkgevers te laten rapporteren hoeveel kilometers hun medewerkers afleggen, en met welk vervoermiddel, ontstaat landelijk inzicht in waar die uitstoot vandaan komt. Het doel: die uitstoot in 2030 met minimaal 1,5 megaton verminderen.
Voor organisaties die al gewend zijn om hun mobiliteitsdata bij te houden, bijvoorbeeld omdat ze gedeelde ritten van medewerkers monitoren, sluit deze rapportage aan bij iets dat al onderdeel is van hun bedrijfsvoering. Voor anderen is het een compleet nieuw proces.
Wat werkgebonden personenmobiliteit is
Werkgebonden personenmobiliteit omvat alle reizen die een medewerker maakt in het kader van het werk: de dagelijkse rit van en naar kantoor, en zakelijke ritten naar klanten of andere locaties. Niet inbegrepen zijn bedrijfswagens op grijs kenteken, vliegreizen en internationale treinreizen. De rapportage gaat niet over individuele medewerkers, maar over totalen: het totaal aantal gereisde kilometers per vervoermiddel en per brandstoftype. Er worden dus geen persoonlijke reisgegevens van medewerkers gedeeld.
Voor wie dit geldt en wat daar nu in verandert
De rapportageplicht geldt op dit moment voor werkgevers met 100 of meer werknemers op één KvK-nummer, voor werknemers met een vast dienstverband van minimaal 20 uur per maand. Er ligt echter een voorstel om deze drempel te verhogen naar 250 werknemers, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Voor organisaties met 250 of meer werknemers verandert er niets: die blijven hoe dan ook rapportageplichtig. Voor organisaties tussen de 100 en 250 werknemers is de situatie op dit moment nog niet volledig uitgekristalliseerd, dus wie in die groep valt, doet er goed aan de ontwikkeling te volgen via RVO.nl in plaats van te vertrouwen op een vaste drempel.
Voor sommige sectoren is deze drempel snel bereikt, ook bij organisaties die zichzelf niet meteen als grote werkgever zien. Zorginstellingen zijn daar een goed voorbeeld van: zie hoe carpoolen bij ziekenhuizen direct bijdraagt aan de WPM-rapportage, naast het verlagen van de parkeerdruk.
Wat in elk geval blijft staan: wie over 2025 rapportageplichtig was (100 of meer werknemers), moet die rapportage nog steeds indienen vóór 30 juni 2026, ongeacht hoe de drempel voor 2026 zelf uitpakt.
Hoe de rapportage werkt
Jaarlijks leveren rapportageplichtige werkgevers hun gegevens aan via een digitaal formulier van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het gaat om het totaal aantal gereisde kilometers van medewerkers tijdens woon-werkritten en zakelijke ritten, verdeeld over het gebruikte vervoermiddel en het brandstoftype. Op basis daarvan berekent het platform automatisch de CO2-uitstoot van de organisatie, en ontvangt de werkgever een verslag met dat overzicht.
In de praktijk blijkt het bijhouden van deze gegevens het makkelijkst voor organisaties die al een systeem hebben dat gedeelde of gemeten kilometers registreert: de aanlevering bij de RVO is dan een kwestie van optellen, niet van een nieuw proces optuigen.
Tot 2027 is er geen norm verbonden aan de uitkomst: het gaat vooralsnog puur om het verzamelen en rapporteren van gegevens, niet om een verplicht maximum. Mocht de gezamenlijke uitstoot niet voldoende dalen, dan kan de overheid op termijn alsnog een norm instellen waar werkgevers aan moeten voldoen.
Waarom carpoolen hier direct op aangrijpt
Van alle maatregelen die de gerapporteerde uitstoot beïnvloeden, is carpoolen een van de meest directe: minder auto’s die alleen bezet zijn, betekent minder gereisde kilometers per medewerker en dus een lagere berekende CO2-uitstoot. Solo autorijden stoot 137,4 gram CO2 per kilometer uit; met een tweede persoon in de auto halveert dat naar 68,7 gram. Dat is meteen zichtbaar in de cijfers die een organisatie uiteindelijk bij de RVO aanlevert, zonder dat er iets verandert aan het wagenpark of de vergoedingsregeling.
Voor organisaties die dit willen organiseren binnen hun eigen groep medewerkers, biedt carpoolen voor bedrijven een manier om dat laagdrempelig op te zetten. Organisaties die dit al doen, zien in hun eigen overzicht precies hoeveel kilometers er gedeeld worden en wat dat aan CO2-uitstoot scheelt, cijfers die direct herbruikbaar zijn in de jaarlijkse WPM-rapportage, in plaats van dat die apart verzameld moeten worden.
Veelgestelde vragen over WPM & CO2-rapportageverplichting
Werkgebonden personenmobiliteit is de Nederlandse rapportageverplichting waarbij werkgevers jaarlijks het totaal aantal gereisde kilometers van hun medewerkers voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten aanleveren bij de RVO, uitgesplitst naar vervoermiddel en brandstoftype.
Op dit moment geldt de verplichting voor werkgevers met 100 of meer werknemers, al ligt er een voorstel om die drempel te verhogen naar 250 werknemers vanaf 2026. Organisaties met 250 of meer werknemers blijven in elk geval rapportageplichtig.
De rapportage over een kalenderjaar moet uiterlijk 30 juni van het jaar erna worden ingediend. De gegevens over 2025 moeten dus uiterlijk 30 juni 2026 zijn aangeleverd bij de RVO.
De gegevens worden ingediend via een digitaal formulier van de RVO: het totaal aantal gereisde kilometers van medewerkers, verdeeld over vervoermiddel en brandstoftype. Er worden geen individuele reisgegevens per medewerker gerapporteerd.