Hoe registreer je CO2-uitstoot van woon-werkverkeer? Stappenplan
CO2-uitstoot van woon-werkverkeer registreren
Een stappenplan voor het verzamelen van de juiste data
Voordat je iets kunt indienen bij de RVO, moet je eerst weten hoeveel kilometers je medewerkers afleggen en met welk vervoermiddel. Dit stappenplan legt uit hoe je die data gedurende het jaar verzamelt.
Door Marvin Pupping, oprichter van Slinger
De WPM-rapportage zelf indienen bij de RVO is uiteindelijk het makkelijkste deel. Het werk zit vooral in de weken en maanden ervoor: het verzamelen van de juiste kilometergegevens, uit meerdere bronnen, in een vorm die het formulier accepteert. Dit stappenplan gaat over dat voortraject.
Welke data je precies nodig hebt
Voor de rapportage heb je het totaal aantal kilometers nodig dat medewerkers hebben afgelegd voor woon-werkverkeer en voor zakelijke ritten, uitgesplitst naar vervoermiddel (auto, ov, fiets, scooter) en, bij auto’s, naar brandstoftype. De berekening van de CO2-uitstoot gebeurt volgens de zogeheten Tank-to-Wheel-methode: gebaseerd op voertuigtype, brandstof en aantal kilometers. Bedrijfsvoertuigen op grijs kenteken en goederenvervoer vallen hier nadrukkelijk buiten.
Waar deze data vandaan komt
In de meeste organisaties zit deze informatie niet op één plek. Denk aan: reiskostendeclaraties uit de salarisadministratie, leasegegevens van de leasemaatschappij, kilometerregistraties van eigen wagenpark, en gegevens van eventuele mobiliteitsdiensten zoals een ov-abonnement of deelauto-regeling. RVO publiceert zelf een handreiking gegevensverzameling met tips over waar en hoe je deze gegevens het beste kunt ophalen: raadpleeg die voordat je begint, in plaats van zelf een systeem te bedenken.
Twee categorieën strikt gescheiden houden
Een veelgemaakte fout is het door elkaar laten lopen van woon-werkverkeer en zakelijke ritten. Beide moeten apart geregistreerd en gerapporteerd worden, ook al gaat het om dezelfde medewerker en soms zelfs dezelfde auto. Hetzelfde geldt voor brandstoftypes: vooral bij hybride voertuigen (PHEV) is het belangrijk om de verdeling tussen elektrisch en fossiel rijden goed te borgen, in plaats van de auto als één categorie te behandelen.
Meerdere vestigingen of KVK-nummers
Organisaties met meerdere vestigingen onder hetzelfde KVK-nummer moeten de data van al die vestigingen samenvoegen tot één rapportage. Let daarbij op dubbeltellingen: als meerdere systemen (bijvoorbeeld HR én een leasemaatschappij) losstaand data over dezelfde medewerker bijhouden, moet je zorgen dat een rit niet twee keer wordt meegeteld.
Waar gedeelde ritten in dit plaatje passen
Voor organisaties die carpoolen voor bedrijven al hebben georganiseerd, is een deel van deze registratie al onderweg: gedeelde ritten worden bijgehouden per rit, per deelnemer en per afgelegde afstand. Die cijfers tellen mee als vervoerskilometers per medewerker en zijn daarmee direct bruikbaar als bouwsteen voor de bredere WPM-registratie, in plaats van dat ze los verzameld hoeven te worden.
Klaar voor indiening
Zodra de kilometers per vervoermiddel, brandstoftype en rittype compleet en gecontroleerd zijn, ben je klaar voor de volgende stap: het daadwerkelijk indienen van de rapportage bij de RVO.
Veelgestelde vragen over CO2-registratie van woon-werkverkeer
Voor de CO2-registratie heb je het totaal aantal kilometers nodig dat medewerkers hebben afgelegd voor woon-werkverkeer en zakelijke ritten, uitgesplitst naar vervoermiddel en, bij auto's, naar brandstoftype.
Deze data komt meestal uit meerdere bronnen: reiskostendeclaraties, leasegegevens van de leasemaatschappij, kilometerregistraties van het eigen wagenpark en gegevens van mobiliteitsdiensten. RVO publiceert een handreiking gegevensverzameling met tips hierover.
De CO2-uitstoot wordt berekend volgens de Tank-to-Wheel-methode, gebaseerd op voertuigtype, brandstoftype en het aantal afgelegde kilometers. Deze methode is verplicht voor de WPM-rapportage.
Ja, gedeelde ritten via carpoolen worden bijgehouden per rit, deelnemer en afgelegde afstand. Die cijfers tellen mee als vervoerskilometers per medewerker en zijn direct bruikbaar als onderdeel van de bredere WPM-registratie.