Carpoolen voor bedrijven
Het verborgen potentieel binnen je mobiliteitsbeleid
Elke werkdag rijden collega's afzonderlijk naar kantoor, vaak vanuit dezelfde buurt en op hetzelfde tijdstip. Het resultaat? Op vrijwel ieder bedrijventerrein komen iedere dag weer honderden lege autostoelen aan. We noemen dit ook wel de grootste onbenutte capaciteit in woon-werk verkeer. Maar terwijl die capaciteit al beschikbaar is, blijft ze onbenut. Carpoolen voor bedrijven brengt daar verandering in. Het maakt bestaande ritten zichtbaar, koppelt collega's die dezelfde kant op gaan en benut de beschikbare capaciteit zonder dat er extra auto's of bussen de weg op hoeven.
Dat klinkt eenvoudig.
En dat is het ook. Voor een HR-manager, mobiliteitsmanager of facilitair verantwoordelijke die met woon-werkverkeer aan de slag moet, is het een van de weinige maatregelen die op meerdere fronten tegelijk werkt: het verlaagt de kosten, het vermindert de parkeerdruk, en het drukt de CO2-uitstoot direct en meetbaar. Solo autorijden stoot 137,4 gram CO2 per kilometer uit; met een tweede persoon in de auto halveert dat naar 68,7 gram. Eén extra inzittende is daarmee een van de goedkoopste CO2-maatregelen die een werkgever kan nemen, zonder grote investering in extra infrastructuur of middelen.
Dat kostenvoordeel is op dit moment extra actueel: brandstof staat in Nederland op het hoogste niveau in twee en een half jaar, met benzine rond de €2,285 per liter, waarmee Nederland het duurste land van Europa is aan de pomp. Euro 95 werd de afgelopen vijf jaar 25% duurder, terwijl de koopkracht in diezelfde periode maar met 10% steeg. Door te carpoolen halveer je de brandstofkosten per persoon direct, zonder dat er iets verandert aan de auto of de route.
Maar wat houd carpoolen voor bedrijven in?
Het betekent dat collega’s van dezelfde organisatie de rit naar en van het werk delen, binnen een vertrouwde, besloten groep in plaats van met vreemden. Dat onderscheidt het van bijvoorbeeld BlaBlaCar, waar je met onbekenden meerijdt voor een losse rit. Het onderscheidt het ook van een reiskostenvergoeding of een leaseauto-regeling: die twee compenseren de kosten van individueel autogebruik, maar veranderen niets aan het aantal auto’s dat daadwerkelijk de weg op gaat. Carpoolen doet dat wel. Minder auto’s, dezelfde bestemming. Meer verbinding tussen collega’s.
Waarom dit onderwerp nu op veel agenda’s staat
Drie ontwikkelingen maken carpoolen op dit moment relevanter dan een paar jaar geleden.
- De eerste is de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM): werkgevers met 100 of meer medewerkers moeten jaarlijks rapporteren over de CO2-uitstoot van woon-werkverkeer en zakelijke reizen. Carpoolen is een van de meest directe manieren om die uitstoot aantoonbaar te verlagen, zonder het wagenpark of de vergoedingsregeling zelf te hoeven aanpassen.
- De tweede is parkeerdruk. Op steeds meer bedrijventerreinen is niet het kantoor de beperkende factor, maar de parkeerplaats. Elke gedeelde rit is direct één parkeerplek minder nodig, wat op termijn duurdere uitbreiding van parkeercapaciteit kan voorkomen.
- De derde is de aanhoudende discussie rond reiskosten. Hier zit ook een concreet financieel voordeel dat weinig organisaties actief communiceren: regelen medewerkers het carpoolen onderling, dan mag de werkgever zowel de bestuurder als de meerijder(s) een onbelaste reiskostenvergoeding betalen van maximaal €0,23 per kilometer. De meerijder behoudt dus zijn volledige vergoeding en deelt tegelijkertijd de brandstofkosten. Dubbel voordeel, zonder dat het de werkgever meer administratie kost. Een voorbeeld: bij een enkele reis van 20 kilometer levert dat zowel de bestuurder als de meerijder €4,60 onbelaste vergoeding per rit op voor de meerijder dus bovenop het voordeel dat de brandstofkosten al gedeeld worden.
Geen van deze drie ontwikkelingen verplicht een organisatie tot carpoolen specifiek. Maar carpoolen is wel een van de weinige maatregelen die op alle drie tegelijk aangrijpt.
De drempel is lager dan gedacht
Een logische vraag bij het invoeren van carpoolen is of medewerkers hier eigenlijk wel voor open staan. Onderzoek onder Nederlandse werkenden geeft daar een duidelijk antwoord op: van de mensen die niet carpoolen, zegt 71 procent simpelweg dat ze het nooit nodig hebben gehad, niet dat ze het niet willen. Slechts 15 procent vindt het te veel gedoe. De weerstand zit dus niet in de mens, maar in het ontbreken van een eenvoudig aanbod.
En wie eenmaal begint, blijft het doen. Van de mensen die carpoolen, doet 60 tot 69 procent dit meerdere keren per maand, en 8 tot 12 procent zelfs wekelijks. Het is geen eenmalig experiment maar een blijvende gewoonte zodra de drempel is weggenomen. Dat betekent dat de uitdaging bij het invoeren van carpoolen minder gaat over het overtuigen van mensen, en meer over het neerzetten van een laagdrempelig aanbod.
De rol van een platform als Slinger
Slinger begon bij festivals en evenementen en is uitgegroeid tot een platform voor bedrijven, sportclubs en andere communities. Inmiddels gebruiken meer dan 150 organisaties in Europa het platform om hun mensen makkelijker samen te laten reizen. Voor bedrijven heeft dat een praktisch voordeel: medewerkers die het al gewend zijn om via Slinger mee te rijden naar een concert, carpoolen net zo vanzelfsprekend naar kantoor. Er is geen nieuwe app te leren en geen nieuwe gewoonte te vormen, alleen een bestaande handeling die zich uitbreidt naar een nieuwe context.
De matching gebeurt op basis van vertrekpunt, bestemming en werktijden, binnen de besloten community van de organisatie zelf. Geen onbekenden, geen los initiatief van individuele medewerkers, maar een georganiseerd aanbod waar de werkgever eigenaar van is.
Hoe carpoolen zich verhoudt tot een mobiliteitsbudget
Carpoolen staat niet los van het bredere mobiliteitsbeleid van een organisatie. Het is geen vervanging van een mobiliteitsbudget, maar eerder een concrete invulling ervan: waar een mobiliteitsbudget medewerkers keuzevrijheid geeft over hoe ze reizen, is carpoolen een van de opties binnen die vrijheid. Voor organisaties die nog geen volledig mobiliteitsbudget hebben ingericht, werkt het ook uitstekend als eigenstandige regeling, zonder dat daar eerst een grotere beleidswijziging voor nodig is.
Carpoolen invoeren: hoe dat er in de praktijk uitziet
Het invoeren van carpoolen is minder omslachtig dan het misschien klinkt. In grote lijnen komt het neer op drie stappen: de widget of app activeren binnen de eigen, besloten community van medewerkers; matching die vervolgens automatisch verloopt op basis van vertrekpunt, bestemming en werktijden; en data over gereden gedeelde kilometers en CO2-besparing die direct bruikbaar is voor de WPM-rapportage. Er is geen langdurig adviestraject nodig om hiermee te beginnen.
Veelgestelde vragen over carpoolen voor bedrijven
Carpoolen voor bedrijven is een vorm van zakelijke mobiliteit waarbij collega's van dezelfde organisatie de rit naar en van het werk delen, binnen een besloten groep in plaats van met vreemden.
Carpoolen zelf is niet verplicht. Wel geldt voor werkgevers met 100+ medewerkers de WPM-rapportageplicht over CO2-uitstoot van woon-werkverkeer, en carpoolen is een van de manieren om die uitstoot te verlagen.
Ja, werkgevers met 100+ medewerkers moeten jaarlijks rapporteren over de CO2-uitstoot van werkgebonden personenmobiliteit (woon-werkverkeer en zakelijke reizen).
Carpoolen is geen vervanging van een mobiliteitsbudget, maar een concrete invulling ervan, of een eigenstandige regeling voor organisaties die nog geen volledig mobiliteitsbudget hebben.
Ja, carpoolen werkt ook bij kleinere organisaties, al neemt het aantal mogelijke matches toe naarmate de groep collega's groter is.
Via een widget is carpoolen voor bedrijven relatief snel te introduceren, zonder een langdurig adviestraject vooraf.