Wat als je niet voldoet aan de WPM-rapportageplicht?
Hoe het handhavingstraject via de omgevingsdienst eruitziet
De meeste organisaties dienen hun WPM-rapportage gewoon op tijd in. Voor wie dat niet doet, volgt een opbouwend handhavingstraject via de omgevingsdienst. Dit artikel legt uit hoe dat proces eruitziet.
Door Marvin Pupping, oprichter van Slinger
Bij de eerste rapportageronde diende 81% van de rapportageplichtige organisaties op tijd hun WPM-rapportage in. Voor de meeste organisaties is niet-voldoen dus geen realistisch scenario, eerder een kwestie van het proces op tijd oppakken. Voor wie dat toch niet lukt, of een deadline mist, is het wel goed om te weten hoe het handhavingstraject eruitziet.
Wie toezicht houdt
Het toezicht op de WPM-rapportageplicht ligt bij de omgevingsdiensten, dezelfde organisaties die ook toezicht houden op milieu- en natuurwetgeving binnen gemeenten en provincies. Zij controleren niet alleen of een rapportage is ingediend, maar ook of de aangeleverde gegevens juist en volledig zijn.
Hoe het handhavingstraject verloopt
Handhaving volgt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), en start pas nadat blijkt dat een organisatie niet (tijdig) heeft gerapporteerd, of onjuiste gegevens heeft aangeleverd. Het traject begint licht en bouwt op:
- Eerst ontvangt de organisatie een bestuurlijke waarschuwing.
- Wordt de overtreding niet binnen de gestelde termijn hersteld, dan volgt een vooraankondiging van een dwangsom, met doorgaans nog vier weken de tijd om alsnog te voldoen.
- Blijft naleving daarna uit, dan wordt het gedrag van de organisatie als ‘calculerend’ beoordeeld, en wordt het bestuursrechtelijke handhavingstraject daadwerkelijk ingezet.
Het uitgangspunt van de LHSO is om zo licht mogelijk te beginnen, gericht op herstel, en pas zwaardere stappen te zetten als naleving uitblijft.
Wat een dwangsom kan betekenen
Bij aanhoudend niet-voldoen kan een last onder dwangsom worden opgelegd, met een richtbedrag van 2.500 tot 6.000 euro per week. De hoogte hangt af van de ernst van de overtreding en van de omvang van de organisatie, waaronder de jaaromzet. Dit bedrag is een richtlijn, geen vast tarief: omgevingsdiensten wegen de situatie per organisatie.
Hoe je dit voorkomt
De praktijk laat zien dat het overgrote deel van de organisaties dit hele traject nooit tegenkomt, simpelweg door de rapportage op tijd te verzamelen en in te dienen. Zie CO2-uitstoot van woon-werkverkeer registreren voor het stappenplan om de benodigde data tijdig compleet te hebben, en WPM-rapportage indienen bij RVO voor de indiening zelf.
Veelgestelde vragen over niet voldoen aan de WPM-plicht
Het toezicht op de WPM-rapportageplicht ligt bij de omgevingsdiensten, die ook toezicht houden op milieu- en natuurwetgeving binnen gemeenten en provincies. Zij controleren of een rapportage is ingediend en of de gegevens juist en volledig zijn.
Bij niet (tijdig) rapporteren volgt eerst een bestuurlijke waarschuwing. Wordt de overtreding niet hersteld, dan volgt een vooraankondiging van een dwangsom met doorgaans vier weken de tijd om alsnog te voldoen, voordat het bestuursrechtelijke handhavingstraject daadwerkelijk wordt ingezet.
Bij aanhoudend niet-voldoen kan een last onder dwangsom worden opgelegd, met een richtbedrag van 2.500 tot 6.000 euro per week. De hoogte hangt af van de ernst van de overtreding en de omvang van de organisatie.
Ja, bij de eerste rapportageronde diende 81% van de rapportageplichtige organisaties op tijd hun rapportage in. Voor de meeste organisaties is niet-voldoen dus geen realistisch scenario.